Marianne Bernard

Op dieet

Erfelijk eetgedrag

 

 

 

 

Columns over eten

De eetafdeling in het KaDeWe, Berlijn

 

 

 

 

Op dieet

Mijn zus was zeven kilo afgevallen met Sonja Bakker. Ze leek wel jonger en slanker en ze zag er prachtig uit. Dus dat kon ik niet op me laten zitten. Bovendien gaan we binnenkort op vakantie naar Zuid-Frankrijk, dus ik ben ook heel erg gemotiveerd. Ik wil graag goed voor de dag komen in mijn shortje en in mijn bikini.
Nog diezelfde middag heb ik het boek Bereik je ideale gewicht van Sonja Bakker gekocht. De volgende morgen ging ik boodschappen doen om etenswaren te kopen die ik anders nooit zou gebruiken: magere yoghurt, Optimeldrink, volkorenbeschuit, ontbijtkoek, appels, aardappels en allerlei spullen om rauwkost van te maken.
Het is simpel: als je eet wat er wordt voorgeschreven val je af. Ik heb het nagerekend en zie: je eet ongeveer 1000 calorieën per dag. Het werkte wel, maar het ging me al snel tegenstaan. Het succes van dit dieet is dat het zo vreselijk Hollands is. Dat bleek voor mij juist het probleem. Ik geef een voorbeeld van een diner: één aardappel, bietjes (2 ons), en een klein stukje kipfilet (75 gram) met magere jus en rauwkost. Die jus maak je dan met een maggiblokje. En je wordt verondersteld het diner tussen zes en zeven uur ’s avonds te eten. Het hele boek geeft me een soort Frans Bauer-gevoel.
In de eerste week viel ik wel twee kilo af. Toen kwamen de magere yoghurt en vooral het hele getut mijn neus uit. Hoewel je ook af en toe een krentenbol mag of een plakje ontbijtkoek. De Optimeldrink vond ik raar maar lekker.
Ik besloot het op een andere manier te proberen. Scarsdale belooft het meeste gewichtsverlies in de kortste tijd. Het lijkt nogal op Atkins, maar is afwisselender. Ook hier moet je precies eten wat is voorgeschreven. Lekker een blikje tonijn met een stuk meloen erbij als lunch – als je dan als ontbijt alleen een halve grapefruit eet, mag je de dan voorgeschreven bruine boterham bij die lunch. Als diner eet je vis of vlees met sla, afhankelijk van wat voor dag het is.
Dat zou allemaal nog wel lukken als ik niet zo’n afwisselend leven had. Als ik gewoon thuis zou blijven zitten en de boodschappen zou opeten.
Om te beginnen eten we wel eens in een leuk restaurant. Dan doe ik erg mijn best om ‘magere’ gerechten te bestellen, zoals bouillon of geroosterde groente vooraf, gegrilde tonijn als hoofdgerecht. Maar we gaan ook iedere week naar Café Bern. Daar is het gezellig, daar zien we vrienden. Maar wat doe je in een café als je niet kunt drinken? Het ergste alternatief ligt dan voor de hand: ik ga een cigaretje bedelen en even naar buiten. Om toch een glas voor me op tafel te hebben, neem ik een maltbiertje. Ook stom, want daar zit weliswaar geen alcohol in, maar veel koolhydraten. Het mooie van maltbier is wel dat het vult, dus het compenseert de honger die je krijgt door niet te eten. Ook behoedt het je voor méér drinken. Zou je een glas wijn nemen, weet ik uit ervaring, dan is het volgende glas een kleine stap. Neem je een maltbiertje, dan pieker je er echt niet over om nóg een maltbiertje te bestellen.
De kaasfondue (specialiteit van Café Bern) kan ik beter niet nemen, dan overeet ik me ook nog eens aan te veel brood. Dus ik bestel een steak pistou en probeer van de bijbehorende pasta af te blijven. Helaas drink ik toch nog drie glazen rode wijn. Het is gebrek aan beheersing, ik weet het wel.
De volgende dagen hou ik me precies aan de voorschriften van mijn – inmiddels Scarsdale dus – dieet. Zo gaat het weer een paar dagen goed en val ik nog een kilo af. Al drie kilo kwijt. Wil ik mijn zus evenaren, dan moet ik er nog maar vier.
Maar de week is nog niet om of er komen nieuwe beproevingen. Mijn vriendin belt huilend op: ‘Het is uit met Gerard.’ Ze had jarenlang een verhouding met een getrouwde man en die heeft het nu uitgemaakt (tot mijn grote opluchting). Moet je in zo’n situatie zeggen: ‘Sorry, maar helaas, ik ben op dieet’? Natuurlijk niet. Je drinkt gewoon met z’n tweeën een fles wijn op en daarna ga je giechelend naar een eetcafé op de hoek waar je veel te vet eet.
Het is niet leuk om een dieet te volgen. Het is vervelend om niet gewoon te kunnen eten en drinken hoe het leven zich voordoet. Het is ook vervelend om je kleren niet meer aan te kunnen en je lichaam door het klimmen der jaren te zien veranderen. Soms moet je dus hard zijn en de moeilijke weg kiezen. Het is een curieuze combinatie van discipline en schuldgevoel.
‘En hoe gaat dat straks in Frankrijk?’, vraagt mijn man bezorgd. ‘Dan is het toch wel afgelopen met die onzin?’ Natuurlijk, zeg ik geruststellend, terwijl ik aan het dagelijkse croissantje denk dat ik niet kan laten staan. Maar mijn streefbroek en mijn renschoenen gaan wel mee in de koffer.
P.S. Wanneer wordt eens een handige lichtgewicht reisweegschaal uitgevonden?

Marianne Bernard, De Leunstoel Juni 2007

terug naar Home

 

 

 

 

 

De visafslag in Port Vendres, Frankrijk

 

 

 

 

 

 

 

Erfelijk eetgedrag

Mijn vader ‘lustte niets’ zei mijn moeder altijd. Ze kookte uitsluitend wat hij lekker vond, anders at hij net zo lief niet. Dus hij kreeg altijd biefstuk met gebakken aardappels en simpele groente zoals sperzieboontjes of worteltjes. Zelfs tijdens zijn vele buitenlandse reizen (hij had een internationale functie die hem over de hele aardbol voerde) at mijn vader altijd en overal biefstuk met gebakken aardappels (of frites). Nooit at hij iets exotisch.
Wij kinderen kregen geen biefstuk, maar een gehaktballetje. Ik kan me niet herinneren dat we ooit iets aten waar een ui in zat, laat staan knoflook of olijfolie. Nee, mijn moeder kookte volgens de door Johannes van Dam zo verfoeide methode van de Hollandse huishoudscholen – al had ze daar nog nooit op gezeten. Ze kookte volgens de geest van de tijd. Maar laat ik niet zo negatief doen – ze kon heerlijk bakken: cake, appeltaart, boterkoek en ze maakte verrukkelijke toetjes: griesmeelpudding, karamelvla en pannenkoeken met appelmoes.
Nu lees ik dat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat je eetvoorkeur wordt bepaald door wat je in je vroegste jeugd hebt gegeten. Zelfs de voeding van je moeder tijdens de zwangerschap en terwijl ze je de borst gaf, is al smaakbepalend voor de rest van je leven. ‘Baby’s van moeders die gevraagd werd tijdens de zwangerschap veel wortel te eten, bleken wortel na de geboorte eerder te accepteren dan baby’s van moeders die weinig van deze groente hadden gegeten’, zo werd in een experimenteel onderzoek ontdekt.
Nou ja, dit staat wel heel ver van de realiteit af: alsof mijn moeder destijds in mijn kindertijd ooit überhaupt een voorkeur kon ontwikkelen - de sobere jaren direct na de oorlog, de tijd van schraalhans keukenmeester.
Het hele idee om dit soort (oninteressante?) kwesties te onderzoeken moet gezien worden in het licht van de vraag: is dik worden erfelijk? En: is het erfelijk bepaald dat je een voorkeur voor zoet zou hebben? Kortom: we zijn weer terug bij de fobie voor het dik worden. Er komen te veel dikke mensen, daar moet iets aan gedaan worden en er moet een ‘verklaring’ worden gevonden.
Wellicht weer een voorbeeld van hoe de wetenschap onderzoekt wat je ook met je klompen kunt aanvoelen: kinderen doen de ouders na die met chips op de bank voor de tv hangen en tussen de maaltijden Marsen eten. Natuurlijk worden zowel volwassenen als kinderen blootgesteld aan de eindeloze reclamebombardementen op de tv en de overvloed aan zinloos aanbod van vruchtenyoghurt, ijs en snoep in de supermarkten.
Het gaat hier niet om erfelijke voorkeuren, maar om aangeleerde slechte gewoontes. Als we echt zoveel liever moeders pot zouden willen eten was de hele pasta-rage – de opkomst van de ‘Italiaanse’ keuken – er nooit geweest, laat staan het succes van sushi, de liefde voor Indonesisch eten en Thai-food.
Nee, ik kook nooit op de manier van mijn moeder, ik kijk wel uit, ik volg lekker mijn eigen ‘mediterrane’ smaak met veel knoflook en olijfolie.
En mijn zoon? Toen hij klein was waren we in een periode waarin we verantwoord leefden en vegetarisch aten . Ik noem het wel eens schertsend onze ‘antibiotische’ fase. En wat kookt hij nu? Als we bij hem te gast zijn, krijgen we een soort eten dat voor ons totaal nieuw is: fusion. Hij maakt noedels met biefstukreepjes en zoetzure salades met koriander en gember erin.
Maar wie weet zit er toch een kern van waarheid in die erfelijkheidsideeën: ook mijn zoon eet zeer gezond en hij snoept weinig.
En wat het eetgedrag van mijn vader betreft: die is gewoon zijn hele leven extreem verwend, eerst door zijn moeder, later door zijn vrouw. Bovendien: het is toch ondenkbaar dat hij als kind tijdens de crisisjaren altijd biefstuk gevoerd kreeg?

Marianne Bernard,
De Leunstoel Februari 2005

terug naar Home , terug naar top suggesties, ideeën of commentaar naar:embe@mariannebernard.nl